Stef Driezen (°1960) begint in 1980 zijn artistieke loopbaan als zanger-tekstschrijver van de Onderbronders en de Cromanions, twee punkrockbands met een sterke live-reputatie. Hij levert in 1984 een deel van de songteksten voor de punkopera Time Out, geregisseerd door Greet Vissers. Het jaar daarop schrijft hij in opdracht van Het Zunderts Toneel Vademecum voor de jonge zelfmoordenaar. In 1988 is hij medeoprichter van Fort 33 waar hij tot 1993 als afgevaardigd-beheerder en artistiek coördinator zal werken. Fort 33 organiseert in Antwerpen de artistieke multimedia-happenings Fabrik 88 en Metro 89 en herneemt de historische Slingerproef van Foucault in het Centraal Station. In Amsterdam coördineert hij mee de Europese happening Frontiers (1990), grotendeels doorgaand in De Melkweg en op de Amsterdamse grachten.

Datzelfde jaar zet hij de stap naar het theater. Hij wordt dramaturg bij het Fakkelteater, waarvoor hij ook Metamorfose en Grieks van Steven Berkoff vertaalt, de succesproductie Smack! (Herman Wolf) regisseert en het Keldertheater ombouwt tot een labo voor nieuwe Nederlandstalige teksten.

Robert Siân vraagt hem in 1993 om als dramaturg mee te werken aan het nieuwe gezelschap Torka T. Naast het puur dramaturgische werk vertaalt hij voor dat gezelschap Faustus (Christopher Marlowe), Deemster van Sharman MacDonald, Carmen 1936 (Stephen Jeffreys), Karamazow en Onegin (Richard Crane) en schrijft hij de tragikomedie Nu en straks.

Hij voelt echter de nood aan een eigen structuur en sticht daarom in 1996 Barre Weldaad, waar hij artistiek leider en drijvende artistieke kracht blijft tot 2009. Voor Barre weldaad zal hij, naast de vertalingen van de Ars Amatoria (Ovidius), Truffelzwijnen (Kristo Sagor) en Lizzie en Laura (Philippe Rousseau), Onder de vuurblauwe hemel (1998) en de zeer succesvolle jongerenvoorstellingen Gruwelpeter (2003), Lucy, meisje van vuur (2005) en Bomma Quichot (2006) schrijven. Gruwelpeter en Bomma Quichot worden al snel vertaald in respectievelijk het Duits, en het Engels. Hij regisseert o.a. GHB/Liquid XTC (Herman Wolf) dat bij het jonge volkje inslaat als een bom, en behoudt nog steeds een innige herinnering aan de realisatie van De Elzenkoning van en door wijlen Carl Ridders. Met de vertaling/bewerking van Oedipus:Mankepootstekeblind! (Wolfgang Mennel) neemt hij in 2009 afscheid van het gezelschap.

Als freelancer vertaalde hij o.m. Weldoeners (Michael Frayn) en Eclips (Joyce Carol Oates) voor Arca,
Belegerd bed (Enda Walsh), De Geit of wie is Sylvia? (Edward Albee), The Shape of Things (Neil Labute) en Schoon Kind (Nicky Silver) voor het Raamtheater.

De laatste jaren geeft hij vooral tekstueel advies. Maar af en toe maakt hij een uitzondering. Zo vertaalt hij in 2009 voor Laïka de kindervoorstelling De Schoenen van Assepoes (Mike Kenny). En op het MAF-festival 2013 gaan, in opdracht van KunstZ, twee nieuwe vertalingen in première: One never can go back van de Zuid-Afrikaan, Zukisa Nante en De verkrachting van een kleine zwarte kers of van een morel van Patrick Vrebos.

Bij Brosproducties zal hij vooral de dramaturgie verzorgen en meewerken aan het ontwikkelen van nieuwe theaterteksten.